the header image
Mission complete! Verslag van een dikke sub3 in Valencia

Mission complete! Verslag van een dikke sub3 in Valencia

2 Share

Mission complete! Verslag van een dikke sub3 in Valencia

Anderhalf jaar heb ik genomen om toe te werken naar het belangrijkste en meest ambitieuze sportieve doel in mijn leven. Een marathon lopen onder de 3 uur. Anderhalf jaar lang heeft ...

Anderhalf jaar heb ik genomen om toe te werken naar het belangrijkste en meest ambitieuze sportieve doel in mijn leven. Een marathon lopen onder de 3 uur. Anderhalf jaar lang heeft dit idee mijn leven bepaald. En zondag 19 november was het zo ver.

Na mijn semi serieuze poging in Rotterdam (met 9 minuten verval) in 2016 besefte ik me een ding. Een marathon onder de 3 uur vraagt om een serieuze aanpak. Ten eerste moest mijn basissnelheid omhoog. Ik moest me comfortabel gaan voelen bij een snelheid waarmee ik voldoende marge zou hebben om mogelijk verval op te vangen. Dat betekende stappen maken op de 10 kilometer en een paar sterke halve marathons lopen. Daarnaast moest het duurvermogen en de tempohardheid verder omhoog. Meer lange duurlopen en wennen aan alles boven de 30km.

De afgelopen anderhalf jaar kende pieken en dalen. In 2017 had ik alle PR’s al verbroken, op de marathon na. Er waren perioden van vorm, maar ook perioden dat het allemaal net even allemaal wat minder voelde. Vertrouwen en onzekerheid. Succes en falen. Dat deze begrippen dicht op elkaar liggen bewees ook het trainingsschema. Waar een goede training soms direct werd opgevolgd door een slechte. En waarin het beoogde marathontempo de ene keer redelijk comfortabel voelde, en de keer erna amper leek vol te houden.

Maar al met al kon ik toch spreken van een redelijk goede voorbereiding. Ik had slechts twee trainingen uit het schema gemist en de vorm nam in de laatste paar weken merkbaar toe. Met een zware verbrandingsloop op woensdag voor de marathon achter de rug werkte ik op vrijdagochtend nog een korte ‘losloop’ training af en reisden we af naar Valencia. Het natte herfstweer maakte plaats voor de Spaanse zon. Koolhydraten stapelen ging best lekker met pasta en paella. En het lukte zelfs om voldoende rust te pakken, doordat we fietsen hadden gehuurd en niet te veel hoefde te slenteren op de zaterdag voor de race.

En toen was het zo ver. Op zondagochtend afgesproken met trainingspartners en doelgenoten Steven en Erik bij het startvak. De dagen voor de wedstrijd had ik besloten niet hetzelfde tempo te gaan lopen als Steven, maar een paar seconden per kilometer rustiger te vertrekken. Erik zou de ochtend zelf bepalen of hij met Steven of met mij mee lopen. Na een slechte nacht en pijn in de keel besloot hij met mij te vertrekken en te zien of hij dat tempo zou kunnen volgen. In het startvak was het nog heerlijk koel. Een zacht briesje zorgde voor lichte kippenvel. Dat zou snel genoeg verdwijnen..

Het blauwe startvak is druk. Zo te zien zijn er dus behoorlijk wat lopers die zich richten op een tijd tussen de 2:48 en 2:59. Nog ver voor ons zien we de vlaggen van de pacers voor 3 uur. Het startschot klinkt. Steven loopt direct bij ons weg. Hoe, vraag ik me nog steeds af want het is dringen. Het lukt die eerste kilometer niet om het tempo te vinden. Iedere bocht dwingt tot afremmen. En we blijven lang achter de pacers van 3 uur hangen, waar zich een grote club mensen achter heeft verzameld. Er langs. Dat kost ons 2 kilometer. En dan wordt het langzaam iets rustiger en vinden we ons tempo.

En het tempo voelt na een wisselende voorbereiding nu eindelijk lekker. Hartslag blijft laag en de benen willen sneller. Dat is een goed teken. Erik zegt dat hij moet plassen. Ik voel ook wat, maar niets ernstigs. We besluiten om zo dicht mogelijk op het beoogde tempo van 4:08 min/km te lopen, maar desondanks gaan de meeste kilometers wat sneller. Het eerste deel heeft veel lange rechte wegen en nog niet zoveel publiek. De kilometers vliegen voorbij en voor we het weten zitten we al op het 10 kilometerpunt. Bijna tijd voor het eerste gelletje. Een mooi ijkmoment tijdens de marathon. Iedere 20 a 25 minuten is het tijd voor een nieuwe. En zo zit je altijd of in de buurt van een drankpost, een 5 km punt of een gelletje. Mentaal geeft dat afleiding en iets om naar toe te leven.

Dan komen we bij het 16 km punt. Daar zouden Hilde (vrouw van Erik), Babette en Julien staan. Ik ga op tijd rechts lopen om ze te kunnen spotten. Maar ik zie ze niet. Nergens een teken, een glimp te zien of een aanmoediging te horen. Zelfs bij km 17 blijf ik kijken. Misschien zijn ze wat verder gelopen?! Nee hoor. Niks. Zouden we ze gemist hebben? Nee, ik heb echt goed opgelet. Zou er iets met Julien zijn? Is Babette hem misschien kwijtgeraakt in de drukte (iets dat mij ook eens is overkomen)? Ik krijg nare visioenen en bedenk dat ik beter mijn gedachte kan verzetten. Bij km 26 zouden ze weer staan en dat is snel genoeg.

Focus op het asfalt. Op de gouden lijn. Af en toe wisselen Erik en ik wat woorden. “Alles ok?” en “Hartslag bij jou ook nog goed?”. Bij het halve marathonpunt komen we door op 1:26:43. Mooi op schema voor een tijd tussen de 2:54 en 2:56. En het voelt nog steeds prima. Ok de beentjes worden iets zwaarder. Maar de kracht is er, hartslag is laag genoeg en ademen gaat licht. We naderen de 24 km en ik hoor “hup papa, hup papa”. Kippenvel. Ik zie ze staan en moet even slikken. Alles is ok en het is zo goed ze te zien. Met extra energie loop ik verder. Het is druk, veel publiek vanaf dit punt. Maar het lijkt nu ook echt wat zwaarder te worden. Lopen we omhoog?

Ja hoor zo’n 2 a 3 kilometer zit er een lichte stijging in het parcours. We merken het eigenlijk pas als het weer vlak wordt, het moment dat we de brug over het Turia park richting de oude stad over lopen. Maar hé. Wat is dat nu weer voor een stank. Het lijkt wel stront. Ik kijk naar Erik. Hij ruikt het ook. We zien voor ons een loper (bij km 30) waarvan de aanblik en vooral de geur ons misselijk maakt. Een bruine streep op zijn broekje en dikke kledders op zijn benen. Gatverdamme… Hoe kun je zo blijven lopen? We zoeken de buitenkant van het parcours en versnellen licht om snel verlost te zijn van de geur en het aangezicht. Erik moet nog steeds plassen en neemt een stukje mandarijn aan.

Ik blijf goed gaan. Merk dat Erik goed kan volgen, maar vaak net een voetlengte achter me loopt. Consolideren is het op dit punt. Zorgen dat we goed voorbij de 35 kilometer komen. Ondanks dat ik met goed voel neemt de vrees voor de man van de hamer toe. Mijn hartslag is licht gestegen. Niets alarmerends. Mijn benen blijven doorgaan. Als hamerslagen op het asfalt. Nog nooit heb ik me zo sterk gevoeld. Ik haal mensen in. Erik heeft het zo te merken net iets zwaarder. Hij heeft last van een te goed gevulde blaas. Ik loop door. Kan niet omkijken. Alleen voor me. Loper voor loper haal ik in. Geen man met hamer. En dan bij km 36 kijk ik toch vluchtig over mijn schouder. Ook geen Erik meer. Hoe lang al niet? Denk net een paar minuten.

Blijven lopen. Hou het ritme. Focus op de lopers voor me. Twee keer word ik ingehaald. Ik besluit nog wat te versnellen. Mijn horloge geeft aan dat een tijd onder de 2:54 mogelijk is. Gas erop dus. Ik kan versnellen. Na 37 kilometer! De laatste kilometers stijgt mijn hartslag. Ik word opgezweept door het publiek en de naderende finish. In de verte doemt het Arts Science Center en de Hemisfeer op. Het is alles of niets. Mijn kilometertijden liggen nu rond de 15 per uur. Het publiek lijkt steeds in grotere getallen aanwezig en het gejuich zwelt verder aan. Nog 1 km.. Ik loop op mijn tandvlees. Nog 800 meter.. Een stukje naar beneden en de laatste bocht komt in zicht. Nog 300 meter… het water omringt me. Nog 200 meter… de laatste bocht.

De blauwe finishstraat onder mijn voeten en het einde in zicht. Blijheid, vermoeidheid, trots. Maar vooral ook denk ik aan Michael. Hij heeft in het begin van het jaar zijn hardloopleven vaarwel moeten zeggen vanwege een vergaande slijtage aan zijn knie. Eigenlijk zou ik met hem hier lopen. Met mijn handen maak ik de ‘M’ in de hoop dat een fotograaf dit vast weet te leggen. Deze marathon draag ik op aan hem. De laatste meters lijken uren te duren. Maar dan hoor ik de piep van mijn chipregistratie op de finishlijn. Ik druk mijn horloge op stop en ik kijk. 2:53 en een beetje! Ik heb veel tijd goedgemaakt de laatste 7 km. Ongelofelijk hoe blij ik ben. Ik highfive met de eerste de beste andere loper. Kijk om me heen of ik Erik al zie. Nope. Ook geen Steven. Doorlopen dan maar. Verderop wacht ik op Erik. Hij heeft een dixie bezocht en alsnog een enorm knappe 2:55 neergezet. En Steven?! Die liep 2:52, precies wat hij van plan was. Missie geslaagd!

En zoals het hoort bij een mijlpaal: een dankwoord. Dank aan Babette, die me wederom de kans heeft gegund om een marathon voor te bereiden en te lopen. Dank aan Julien, die nooit eerder zo uitbundig voor me heeft gejuicht. Dank aan Steven en Erik. Samen trainen heeft zo veel geholpen. Dank aan Hilde voor de foto’s. Dank aan Niek en zijn magische schema. Dank aan Jurre en Gabriele, die ons vele kilometers vergezeld hebben. Dank aan iedereen die aan me gedacht heeft, me heeft gesteund en/of heeft meegeleefd. En tot slot, dank aan mijn moeder, die trots aan iedereen die het heeft willen horen heeft verteld over mijn marathon 🙂

Arjen Kroder is freelance Project Manager/ Scrum Master en richt zich met name op de ontwikkeling van digitale tools en platforms. Hij loopt sinds 2012 en heeft in 2015 zijn eerste marathon uitgelopen. Arjen is een Strava-addict en segmentenjager.

Geef een reactie

Close
%d bloggers liken dit: