the header image
Drie tips om je intervaltraining (nog) leuk(er) te maken

Drie tips om je intervaltraining (nog) leuk(er) te maken

1 Share

Drie tips om je intervaltraining (nog) leuk(er) te maken

De een vindt het heerlijk, de ander verschrikkelijk: de intervaltraining. Persoonlijk heb ik er absoluut geen hekel aan. Hoewel het extreem vermoeiend kan zijn, geeft het ook veel ...

De een vindt het heerlijk, de ander verschrikkelijk: de intervaltraining. Persoonlijk heb ik er absoluut geen hekel aan. Hoewel het extreem vermoeiend kan zijn, geeft het ook veel voldoening. En het is de beste manier om aan je snelheid te werken! Drie tips om je intervaltraining (nog) leuk(er) te maken.

  1. Van lange naar korte intervallen
    Deze vorm van intervallen bouwt de lengte van de intervallen langzaam af, terwijl je de snelheid per keer wat opvoert. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met een interval van 2400 meter (10 km wedstrijdtempo of iets langzamer), vervolgens 1600 (op 5 km wedstrijdtempo), dan steeds sneller met 1200, 800, 400 meter en je eindigt met een supersnelle 200 meter. Doordat je intervallen steeds korter worden voelt het een beetje als aftellen. Je kunt de afstanden uiteraard naar eigen inzicht en behoefte invullen. Lekker intensief zonder dat het saai of te lang wordt.
  1. Doe een vaartspel
    Vaartspel (ook wel fartlek genoemd) is een interval die je doet op je eigen gevoel.  Ik zet deze trainingsvorm graag in als ik weinig tijd heb. Na een warming-up van 5 tot 10 minuten start je met matig tot zeer intensieve intervallen. Je loopt dus niet op tijd of afstand, maar wisselt intensieve perioden af met herstelperioden (rustig) die je vrij willekeurig kunt inzetten. Wissel heuvels op, stoplicht sprints, segmenten (op Strava/Garmin) af met joggen, herstel en heuvels (of viaducten) af. Zo houd je het afwisselend en pas je de training aan hoe jij je voelt.
  1. De wedstrijdsimulatie
    Bij de wedstrijdsimulatie richt je je op een tempo dat je van plan bent in je eerstkomende wedstrijd te gaan lopen. Stel je hebt een 10 kilometerloop op de agenda en een bepaalde streeftijd. Bereken, bijvoorbeeld via de calculator op RunnersWeb, welk tempo daarbij hoort. Dit tempo ga je inzetten bij deze interval. Op deze manier leer je wennen aan dit tempo, zonder jezelf helemaal uit te putten. Voor die 10 kilometerloop doe je dan bijvoorbeeld 6 tempoblokken van 800 meter. De bedoeling is dat dit tempo straks comfortabel aanvoelt voor een langere duur. Op deze manier ben je lekker doelgericht bezig en werk je naar je gewenste prestatie toe.

Bovenstaande intervallen werken voor mij in ieder geval erg goed. Zorg wel voor een goede warmup en loop nog minstens 10 minuten (of 2 km) uit na afloop. Zo zorg je ervoor dat de verzuring uit je benen verdwijnt en je weer sneller herstelt.

Hoop dat je er wat aan hebt. Maar ik ben ook benieuwd naar jouw intervaltips! Deel ze gerust via de comments.

Arjen Kroder is freelance Project Manager/ Scrum Master en richt zich met name op de ontwikkeling van digitale tools en platforms. Hij loopt sinds 2012 en heeft in 2015 zijn eerste marathon uitgelopen. Arjen is een Strava-addict en segmentenjager.

Geef een reactie

Close
%d bloggers liken dit: